De omgevingsvergunning: een werk van lange adem

Download hier het artikel als pdf


Er is nog steeds heel wat gaande omtrent de samensmelting van de huidige aparte milieuvergunning en stedenbouwkundige vergunning in 1 vergunning, de zogenoemde ‘omgevingsvergunning’. Reeds de vorige Vlaamse Regering trachtte tot die integratie te komen. Dat lukte niet, men kwam toen in 2010 niet verder dan de invoering van het ‘uniek gemeentelijk loket’, de administratieve mogelijkheid om een milieuvergunnings- en stedenbouwkundige aanvraag tegelijkertijd in te dienen bij de gemeente. Dit kende echter weinig succes, van een echte integratie kon dan ook niet gesproken worden. Het college van burgemeester en schepenen diende immers nog steeds twee aparte beslissingen te nemen, die elkaar dus mogelijks tegenspraken.
Eind 2010 bleek uit een visienota van de Vlaamse Regering dat een onderzoek diende te gebeuren naar een integratie van de milieu- en stedenbouwkundige vergunningsprocessen. Die aanzet tot integratie werd vervolgens gemaakt door de Vlaamse Regering in 2011 via een startnota en conceptnota. Op 22 juli 2011 volgde een trots persbericht van ministers Muyters en Schauvliege omtrent de goedkeuring van de startnota. De omgevingsvergunning zou uitvoering geven aan de conceptnota ‘Versnellen van investeringen’. Het zou echter nog een lange weg worden naar de geïntegreerde ‘omgevingsvergunning’… Het duurde tot 2013 voor een eerste en tweede principiële goedkeuring van het voorontwerp van het decreet.


Laten we ook vooral niet vergeten waarom de omgevingsvergunning werd geïnitieerd: administratieve vereenvoudiging, klonk het. Dus ook de invoering van een digitaal ‘omgevingsloket’, was aan de orde en zou het indienen van milieu- en stedenbouwkundige aanvragen gemakkelijker moeten maken. De eerdere - laat ons een kat een kat noemen - moeizame pogingen tot opmaak van het ICT-systeem inzake de digitale invoering van een milieuvergunningsaanvraag, werd daartoe on hold gezet. De hoop leeft dat met de nieuwe omgevingsvergunning een performant digitaal loket zal worden opgezet. Maar ook een transparant vergunningensysteem werd voorop gesteld, tijdswinst gekoppeld aan efficiëntie, een ondernemersvriendelijk klimaat, een betere samenwerking en een oplossingsgerichte houding van de Vlaamse administraties. Gedaan met tegenstrijdige adviezen door administraties van eenzelfde overheidsniveau. In 2014 werd dan ook zowel het decreet omgevingsvergunning alsook het handhavingsdecreet ervan goedgekeurd door het Vlaams Parlement.


Het blijft echter moeilijk om een duidelijke inschatting te geven van het effect van de omgevingsvergunning. Dat komt door het type decreet dat werd opgesteld, dat eerder een procedureel kader biedt. Voor de concrete uitwerking is het heden wachten op de definitieve goedkeuring van het uitvoeringsbesluit van de omgevingsvergunning. Dat uitvoeringsbesluit werd als ontwerp goed ontvangen door de diverse adviesinstanties, maar wacht vandaag nog op het advies van de Raad van State. Vervolgens dient het ontwerpbesluit nog goedgekeurd te worden door de Vlaamse regering vooraleer we kunnen spreken van een inwerkingtreding van het gehele systeem. Als we rekenen met een overgangstermijn van 1 jaar tussen de inwerkingtreding en de publicatie van het uitvoeringsbesluit, zien we dat het meest gunstige scenario voor het invoeren van een eerste omgevingsvergunningsaanvraag pas eind 2016, begin 2017 zal zijn.
Voor de uitvoering van stedenbouwkundige handelingen (bouwvergunning), de exploitatie van milieu-ingedeelde inrichtingen en activiteiten (milieuvergunning) en de verkaveling van gronden (verkavelingsvergunning) dient u dan een omgevingsvergunning aan te vragen en dient u na te gaan in eerste instantie of uw project voorkomt op de provinciale of Vlaamse lijsten.


Komt uw project voor op de lijst van Vlaamse projecten? Dan dient u uw aanvraag in te dienen bij de Vlaamse Regering. Dit gaat om activiteiten inzake wegbeheer, luchthavens, luchtverkeer, kerncentrales en zo meer. Ook aanvragen met betrekking tot installaties voor de productie van elektriciteit behoren hierbij. Tenminste voor installaties met een vermogen van meer dan 1000 MW, die aangesloten worden op het openbaar elektriciteitsnet; voor installaties voor het opwekken van elektriciteit door windenergie met een vermogen per windturbine van 1500 kW of meer binnen de grenzen van de zeehavens van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen, zoals afgebakend in een ruimtelijk uitvoeringsplan of vanaf 5 windturbines per aanvraag vanaf 1500 kW per windturbine indien buiten deze zeehavens gelegen. Ook aanvragen met betrekking tot het transmissienet en het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit hoort bij deze lijst, net zoals afvalverbrandingsinstallaties met een capaciteit van minstens 50.000 ton/jaar. Ook aanvragen met betrekking tot gebouwen of gebouwencomplexen met een totale nuttige vloeroppervlakte, met uitsluiting van de nuttige vloeroppervlakte met de functies wonen en industrie en ambacht, van minstens 50000 m2, gelegen buiten gemeenten met meer dan 200.000 inwoners, dienen beslist te worden door de Vlaamse Regering. Ook voor aanvragen op het grondgebied van 2 of meer provincies komt u bij de Vlaamse Regering terecht. Voor alle Vlaamse lijstprojecten is geen beroep mogelijk na beslissing.


Komt uw project voor op de lijst van de provinciale projecten? Dan neemt de deputatie een beslissing in eerste aanleg over uw aanvraag of de verandering ervan in volgende projecten; uw project mag niet voorkomen op de Vlaamse lijst of een gemeentelijk project zijn of een onderdeel van een van beiden. Enkele voorbeelden: aanvragen met openbaar karakter inzake onbevaarbare waterlopen van de 2de of 3de categorie; aanvragen met betrekking tot gebouwen of gebouwencomplexen met een totale nuttige vloeroppervlakte van het deel met de functie van handel van minstens 15.000 m2, gelegen buiten een aantal vooropgestelde gemeenten; aanvragen met betrekking tot installaties voor het opwekken van elektriciteit door windenergie tot en met 4 windturbines per aanvraag, met een vermogen per windturbine van meer dan 1500 kW, buiten de grenzen van de zeehavens.
De lijsten hebben bovendien steeds voorrang op de indelingslijst van Vlarem die de milieuvergunningsplichtige rubrieken vermeldt.


De bedrijven werden ondertussen ook via het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning opnieuw geëvalueerd inzake risico’s op milieuvlak. Hierdoor ontstond de zogenaamde ‘declassering’. Dit gebeurt wel gefaseerd. Via een eerste fase verhuizen een 5000-tal (=20%) bedrijven die nu ingedeeld zijn als klasse 1 volgens hun milieuvergunning naar een klasse 2, waardoor de beoordeling van hun vergunning door de gemeente zal gebeuren in plaats van door de provincie. Wel dienen deze gedeclasseerde bedrijven (2A bedrijven) verplicht advies te vragen aan de provinciale omgevingsvergunningencommissie. Een verdere declassering zal na 2 jaar via evaluatie mogelijks via een tweede fase gebeuren. Niet alle gemeenten zijn hier happig op om deze bedrijven aan hun takenpakket toe te voegen, bovendien vrezen sommige ondernemingen dat de beoordeling van hun dossier minder onderbouwd en politiek onafhankelijk zal gebeuren. Een van de omgekeerde bewegingen is de drempel voor indeling van een windturbine in de eerste klasse: die ondergrens zou worden verlaagd van 5000 kW naar 2000 kW. Kortom, wil u heden een windturbine plaatsen van meer dan 500 kW tot en met 5000 kW kan u dat nog doen via de aanvraag van een klasse 2 milieuvergunning bij de gemeente. Met de omgevingsvergunning zal u voor de aanvraag van een windturbine voor meer dan 1500 kW buiten de havengrenzen een aanvraag bij de deputatie moeten aanvragen. Voldoet u niet aan de voorwaarden van de provinciale projectenlijst, dan dient u alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen bij de deputatie indien meer dan 2000 kW.


Er komt geen drastische stijlbreuk met de huidige procedures inzake ruimtelijke ordening en inzake de milieuvergunning. Het aantal bestaande vergunningsprocedures wordt gereduceerd tot 2 vergunningsprocedures (vereenvoudigd en gewoon), het behoud van de meldingsprocedure en 1 beroepsprocedure. De termijnen geven echter niet direct een drastische tijdsreductie weer. Enkel de gemengde aanvragen kunnen hiervan profiteren.


Ook belangrijk is dat er geen goedgekeurd project-MER of omgevingsveiligheidsrapport meer moet zijn voorafgaand aan de vergunningsaanvraag. Dat zal geïntegreerd worden in de vergunningsprocedure zelf. Men beoogt hiermee tijdswinst. Ook krijgt het reeds bestaande informele overleg dat soms voor de indiening van een milieuvergunningsaanvraag werd gevoerd met overheden en adviesinstanties om standpunten af te toetsen en vooraf heikele punten weg te werken, een formeel statuut als ‘projectvergadering’. Alleen werden hieraan termijnen gekoppeld inzake de organisatie ervan, dat kan uitlopen tot 104 dagen waardoor het de vraag is of het informele overleg, dat nog steeds mogelijk zal blijven, niet meer en sneller voordeel zal bieden.
Een nieuwigheid is de bestuurlijke lus, die er op een wettelijke basis voor zorgt dat de vergunningsaanvrager na het openbaar onderzoek of tijdens de beroepsprocedure nog zaken kunnen gewijzigd worden aan de vergunningsaanvraag. Vandaag de dag riskeer je hiermee procedurefouten die kunnen aangegrepen worden door bezwaarindieners. Weliswaar mogen deze wijzigingen geen afbreuk doen aan de bescherming van mens en milieu of de goede ruimtelijke ordening. Ook dienen de wijzigingen tegemoet te komen aan opmerkingen van adviesinstanties of aan standpunten, opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend en mag er geen schending van de rechten van derden zijn. Als deze voorwaarden worden nageleefd dient geen nieuw openbaar onderzoek te worden opgestart.


Heel wat commotie is er vooral rond de controle van de omgevingsvergunning. Heden wordt een stedenbouwkundige vergunning toegekend voor onbepaalde duur, een milieuvergunning louter voor maximaal 20 jaar. Met de omgevingsvergunning wordt alles op onbepaalde duur gezet. Alleen in uitzonderlijke gevallen, die limitatief bepaald werden, kan een omgevingsvergunning van bepaalde duur worden verleend. Om inspraak van de bevolking over de exploitatie te blijven voorzien én om te garanderen dat mens en leefmilieu wordt beschermd, heeft men de ‘evaluaties’ in het leven geroepen. Deze evaluaties geven aan het publiek, een leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bevoegde overheid een mogelijkheid tot inmenging en evaluatie van de vergunning. Deze evaluaties kunnen er toe leiden dat er een procedure wordt opgestart over het bijstellen van de omgevingsvergunning zoals een wijziging van de milieuvoorwaarden, het beperken van het voorwerp of het beperken van de duur van de exploitatie. De manier waarop dit echter dient te gebeuren is momenteel nog een heet hangijzer.
De evaluaties is één van de redenen waarom een aantal natuurverenigingen zoals Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu, Ademloos en stRaten-generaal naar het Grondwettelijk Hof stappen om de omgevingsvergunning aan te vechten.

De finish zou wel eens ver kunnen reiken. Wordt dus vervolgd!


Auteurs: Filip Raymaekers, Keaty Maes (omgevingsvergunning) en Kristof Van den Bergh (energieprojecten) www.profex.be – 011/60.90.60 | 09/242.06.00